Indonesië

Zeer onlangs las ik een interessant hoofdstuk in de biografie over Jan de Quay, hij was minister president in Nederland van 1959 tot 1963. Het Kabinet de Quay had een probleem met Indonesië over Nieuw Guinea. West Nieuw Guinea viel onder Nederlands bewind. En Indonesië wilde het inlijven. Het geschil liep hoog op, diplomatieke betrekkingen werden verbroken, vliegdekschip de Karel Doorman, zette koers naar Indonesië. In 1963 , onder druk van de Verenigde Naties, droeg Nederland het bewind over aan Indonesië.

In 1964 werden de diplomatieke betrekkingen hersteld.  

Ik las dat stukje met meer dan gewone belangstelling, want in 1964, nota bene, ben ik in januari met 6 andere jongeren een maand op goodwill reis geweest naar Indonesië . Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit heb beseft dat juist in dat jaar de diplomatieke betrekkingen weer tot stand kwamen ( misschien ben ik dat vergeten, kan ook )

Mijn “ontdekking“ dat onze delegatie dus op een gevoelig moment in Indonesië was  leidde er toe dat ik alle informatie over die reis nog eens heb opgezocht en nauwkeurig heb herlezen en nu ga ik er dus maar iets over schrijven in deze blog.

Ik werd uitgenodigd door de NPJCR, Nederlands Politiek Jongeren Contactraad. ( bestaat niet meer) om mee te gaan op die reis. Ik was een actief lid van de JOVD, jongere liberalen. De delegatie bestond uit 7 jongeren, 2 CHU,1 PVDA, 1 KVP, 1 AR, 1 VVD en de secretaris was ook VVD. 6 jongens en één meisje. Ik werkte full time op de Werkplaats in Bilthoven, maar kreeg, zeer ongebruikelijk, een maand onbetaald verlof. Het was een indrukwekkende reis.  Veel publiciteit bij ons vertrek en terugkomst. Een heleboel pers op het vliegveld, gewoon bij de trap als je in of uit het vliegtuig stapt, zoals je nu bij staatshoofden ziet! In Indonesië werden we met veel egards ontvangen, hoewel de organisatie die maand vaak te wensen over liet. Twee militairen werden onze vaste begeleiders. We mochten eigenlijk niets doen zonder hen, maar onze secretaris, die Indonesië goed kende, had onmiddellijk een enorme auto geregeld met open dak waar we met z’n zevenen in konden. En we ontsnapten dus af en toe aan onze begeleiders.

Belangrijk waren onze gesprekken met Ministers. Het zegt niemand meer iets, maar we ontmoetten uitgebreid Nasution, minister van Defensie, Malik, minister van economische zaken en zeer uitgebreid minister Subrandio, minister van Buitenlandse zaken. We werden zelfs twee maal bij hem thuis ontvangen. De Nederlandse Ambassade voelde zich verantwoordelijk voor ons en regelde vele ontvangsten. Ook President Soekarno hebben we op die reis ontmoet, wel ietsje korter dan de anderen. Interessant is te melden dat in 1965, kort na onze reis,  Soekarno middels een staatsgreep werd vervangen door Soeharto.  

Wat herinner ik mij nog van deze reis? We deden gewichtig over allerlei politieke onderwerpen, Maleisië, rattenplagen, Nieuw Guinea, rijst tekorten, onderwijs.

Boeiend vond ik:

1 alle ministers spraken vloeiend Nederlands , maar tijdens onze officiële bezoeken werd alles vertaald in Bahassa Indonesia.

2 er was een groot probleem op de universiteiten,  aangezien alle studieboeken nog steeds uitsluitend in het Nederlands waren.

3. Als ik bij een gezin logeerde (wat niet heel vaak gebeurde) lag daar chocolade hagelslag bij het ontbijt en de Libelle op de tafel.

4 Het was triest te zien hoe prachtige grote huizen bij bijvoorbeeld een rubber plantage er nu verwaarloosd bij stonden. Piet Dankert, ons delegatielid van de jonge socialisten en ik konden daar felle discussies over voeren. Piet wilde ook niet zijn schoenen laten poetsen op straat, hetgeen ook discussie uitlokte. “Gelukkig is niet iedereen een jonge socialist” riep ik dan, “dan zou die schoenpoetser verhongeren”. (Piet Dankert werd later voorzitter van het Europees Parlement).

In Jakarta was het verdrietig om te zien hoe het vroegere  zeer elegante Hotel des Indes een volkomen uitgewoond gebouw was. Wij konden er nog wel eten, maar het was echt niks meer. En als je op het terras zat, zaten ze aan de overkant te wassen en te poepen langs het Kanaal .

Tantjong Priok is de haven van Djakarta, wij werden daar in een klein prachtig bootje gezet en voeren rondjes in de haven, naast ons voer een bootje mee met muzikanten, heel romantisch. We zagen dus nauwelijks hoe enorm vervuilt de haven was. Ook mochten we de sloppen wijken niet zien, maar dat probeerden we wel met die open auto. Natuurlijk had ik een top tijd met die 6 stoere kerels steeds om mij heen. Alhoewel ze niet allemaal even stoer waren. De jongeman van de AR had op een dag “een koutje gevat“ en bleef maar binnen. (in de Tropen, ha, ha)

Het was bijzonder om als enige jonge vrouw deze reis mee te maken. Er waren veel momenten waarop ik anders werd benaderd dan de heren van de delegatie. Nooit, geen seconde, heb ik een “me-too” gevoel gehad. Ik probeerde er gezellig uit te zien, maar jammerde over mijn bos stro haar, niet bestand tegen het tropenklimaat. En, voor zover ik mij herinner heb ik geen enkele vrouw gezien met een hoofddoekje. Dat is nu wel anders!

We waren die maand op Java, Jakarta, Bogor en Bandung, op Borneo, Medan en Palembang, en op Celebes, Makkasar.  Veel van die namen bestaan niet meer. Ook Djakarta wordt steeds door mijn spellingcontrole gecorrigeerd. In 1972 is de naam van de hoofdstad van Indonesië veranderd in Jakarta. We schreven een lijvig rapport toen we thuis kwamen en ik was zeer actief op vele spreekbeurten in het land om te vertellen over onze ervaringen. Heeft het de betrekkingen tussen beide landen verbetert? Wie zal het zeggen.

2 Comments

  1. Leuk Nicoline, bedankt voor de uitvoerige beschrijving. Wat zal je genoten hebben om op deze leeftijd dit te mogen meemaken. Zo op de foto’s te zien ben je aardig in de watten gelegd door 6 stoere mannen.

Comments are closed.