Wachten

 Zaterdag  21 april stond er een grappig verhaal in de NRC , een Essay van Floor Rusman. Over “wachten” .
Dat is een  fascinerend onderwerp en  Floor beschrijft het super goed. Ik ben dol op wachten bij stoplichten, wachten op de bushalte, wachten op iemand die met me mee rijdt, en ook in de wachtkamer van een arts. zit ik met plezier te wachten.  Ik vind het niet leuk, om niet te zeggen vreselijk, om te wachten in een rij in een winkel. Ja, nu moet ik gaan filosoferen waarom het ene wachten anders is dan het andere wachten. Het enige wat ik kan bedenken is dat ik zittend wachten leuk vind en staand, zoals in een winkel, niet. Nu moet ik ook wel toegeven dat ik überhaupt geen “shopper” ben. Mijn kinderen weten dat al van jongs af aan: met moeder ga je een boodschap doen; wil je een trui, broek of schoenen hebben , je racet naar de winkel, kopen en weg wezen.
Maar goed terug naar het wachten. Mensen om mij heen, vooral mannen, willen in de auto of op de fiets van A naar B  rijden met het ontwijken van zo veel mogelijk stoplichten. Dat je dan gevaarlijke of moeilijke kruispunten tegen komt deert ze niet.
Floor Rusman schrijft dat het wachten ook tot innerlijke rust kan leiden. dan hoef je niet meer naar een cursus mindfulness, of yoga. Zover wil ik niet gaan. Ik vind het altijd heerlijk om tijdens wachtmomenten naar andere mensen te kijken. Voor het stoplicht naar de mensen in de auto naast je, die met een poederkwast bezig zijn, of praten tegen het raam. En bij een arts is het natuurlijk helemaal smullen, waarom zitten al die andere mensen hier? Een man en vrouw samen is een heel grappig studie object.   Wie is er ziek en wie is de baas???
Die is het dan weer voor vandaag…..