Nog één keer schrijf ik op waarom ik een blog schrijf. Veel nieuwe lezers vragen dat:
Het hele drukke bestuurlijke leven eindigde toen ik 70 werd. Dat was een prachtig en super goed moment! Maar in al die jaren (ongeveer 35) had ik geleerd om overal een mening over te hebben. Een mening die ik moest uiten, of waarnaar ik moest handelen. Ik was mij dat nooit zo bewust, maar eenmaal rustig thuis, bleef ik maar “een mening” hebben Over alles wat ik las of hoorde. Nu denk ik niet dat dat bijzonder is, dat hebben wij natuurlijk allemaal, maar ik begon er een beetje last van te krijgen. Om telkens aan het ontbijt mijn mening te spuien is ook niet zo leuk voor de omgeving en meestal is de reactie: mmm, mm. Dus ik schreef naar de krant en schreef daar altijd wel bij, niet voor publicatie. Ik wilde de journalist laten weten wat ik er van vond. Maar dat ging ook niet zo goed. Toen op twitter, maar je mag maar een aantal woorden gebruiken, heel benauwend. Een dagboek, dat is vast de oplossing. IJverig schreef ik en bewaarde het in een map op mijn computer. Maar het was zo eenzaam. Het zat maar in dat mapje en ik kon het met niemand delen. Ja, en toen zei onze dochter “moeder, je moet een blog schrijven” En zo geschiedde. Nu schrijf ik aan een ieder die het lezen wil en dat is een ontzettend goed gevoel. Ik hoorde ooit een lezing van Ben Knapen, die zei: “ik schrijf altijd aan “iemand” en dan vind ik de juiste toon en de juiste woorden” Zo voel ik dat ook. Ik heb altijd iemand in mijn hoofd als ik schrijf. Niemand hoeft het te lezen en je kan er (gelukkig!) geen commentaar onder schrijven.
Als iemand mij echt iets wil zeggen over de blog kan die mij mailen.
Zo simpel is het. Volgende keer gaat het hopelijk weer ergens over.