Veel te laat, maar ik wil toch nog iets schrijven over de Dodenherdenking op de Dam op 4 mei. Ik was onder de indruk van de jongen, Tiemen, die een korte speech hielt bij het monument. Hij sprak over zijn overgrootvader die mensen in kamp Vught had geholpen door ze stiekem eten te geven en briefjes aan familie doorgaf. Tiemen zei:
“Hij was de gevangenen blijven helpen, maar had de bewakers met rust gelaten, nooit als doel leed te brengen. Steeds vaker zie ik het gebeuren dat we meer bezig zijn de tegenstander naar beneden te halen in plaats van een vriend te helpen”. Ik vind dat een prachtige zin. Echt even goed laten bezinken.
Het kostte me heel veel moeite om de tekst van Tiemens’ verhaal terug te vinden. De tekst van de 4 mei-voordracht van Hans Goedkoop, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, stond in alle kranten en op You Tube (ja, daar kijk ik ook!) maar dit korte verhaal nergens. Uiteindelijk heb ik het bij uitzending gemist tien keer gehoord en snel opgeschreven. Heel ouderwets!
Ik vind het altijd interessant om iets over Kamp Vught te horen. Mijn vader werkte in de oorlog bij Philips en Kamp Vught viel onder zijn verantwoordelijkheid. Hij was daar in de oorlog actief, want de krijgsgevangenen in dat kamp werden te werk gesteld om radiobuizen te maken en Philips moest er voor zorgen dat dat kon gebeuren door onderdelen te leveren enzo. Mijn vader moest onderhandelen met de Duitsers over de voorwaarden waaronder de mensen konden werken en één ding stond voor mijn vader vast: ze moesten ’s middags een behoorlijke maaltijd krijgen. En ook mijn vader gaf veel briefjes door, net zoals de overgrootvader van Tiemen had gedaan, en hij zorgde voor meer faciliteiten. In een vrij recent boekje “Het Philipsmeisje” schetst schrijfster Sanne van Elst hoe Gerda, een Joods meisje, de oorlog als enige van haar familie overleefde, dankzij het Philips Commando in Vught. Ze emigreerde naar Amerika. Later in de Oorlog moest onze hele familie onderduiken omdat mijn vader in het verzet zat en werd gezocht door de Duitsers.
Spannend was het waarschijnlijk, maar ik vond toen alles wel “grappig” (5 jaar oud!).