Vrouwen raken sneller de weg kwijt. Een hardnekkig mannelijk vooroordeel, of klopt het? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het deels klopt. Snik, snik.
Dit zeer boeiende verhaal las ik ik op 31 juli in het Algemeen Dagblad.
Ik citeer:
“Sla een willekeurige straat in waar je nog nooit bent geweest en je hersenen zetten een ingebouwde gps aan het werk. Anderhalf jaar geleden identificeerden onderzoekers van de University College in Londen een hersengebied dat ons richtingsgevoel beïnvloedt. Die cellen worden aan het werk gezet zodra je die straat inslaat” *
Een Belgische hoogleraar voegt hier dan het verschil tussen mannen en vrouwen aan toe.
Een grappige test: als mannen naar een bepaalde plaats moesten lopen, gingen ze meestal recht op hun doel af. Vrouwen kozen doorgaans voor een herkenbare route, waarbij ze bekende punten als de kapper, de kruidenier passeerden. (Oh hemeltje, wat herken ik dat goed!! Maar ik kom er altijd wel).
Een Amerikaans onderzoek toont aan dat mannen sneller hun weg buitenshuis vinden, maar vrouwen vinden dingen sneller terug in eigen huis. Dat zou een overblijfsel kunnen zijn van hoe de mens tienduizenden jaren geleden leefde: de man ver van huis op jacht, de vrouw plukt het fruit in de omgeving.
Hoe het komt? Eén mogelijkheid is, dat mannen een hogere testosteronspiegel hebben. Als je bij een vrouw een druppeltje testosteron op haar tong legt presteert ze qua ruimtelijk inzicht plots beter dan daarvoor.
Mijn conclusie , dan maar via de bekende plekjes naar mijn bestemming, ik “hoef ech nie” extra testosteron ( wat een rot woord om te tikken!)
*een groepje cellen in de zogeheten entorinale schors, die grenst aan de hippocampus, het controle centrum van ons geheugen.