Een man die zijn tuin verzorgt, zoals Voltaire voorstond.
Wie waardeert dat er op aarde muziek is.
Wie met plezier de wortel van een woord ontdekt.
Twee bedienden die stil zitten te schaken in een cafè in Sur.
De pottenbakker die een kleur en een vorm bedenkt.
De zetter die zich uitslooft voor deze bladzijde, die
hem wellicht niet zint.
Een vrouw en een man die de laatste terzinen van een
bepaald canto lezen.
Wie een slapend dier aait.
Wie een kwaad hem aangedaan rechtvaardigt of
wil rechtvaardigen.
Wie blij is dat er op aarde een Stevenson is.
Wie liever heeft dat anderen gelijk hebben.
Die personen, die elkaar niet kennen, houden de wereld
in stand.
Jorge Luis Borges, 1899-1986 Argentijnse dichter.
Ik moest dit gedicht echt drie keer lezen voordat ik het begreep, toen raakte het mij enorm. En het is ook precies wat Koning Willem Alexander zo mooi zei in zijn Kersttoespraak. Ik citeer:
“Misschien voelt u zich helemaal niet thuis bij muurvaste standpunten. Misschien vindt u het wel vervelend om steeds partij te moeten kiezen en bent u in uw hart met heel andere dingen bezig dan de kwesties waarover dagelijks zo fel wordt getwist.
Misschien bent u moe van opwinding, argwaan en fanatisme. Moe van de manische meningenmachine. Misschien snakt u stilletjes naar een beetje onderling begrip. Ontspanning. Doodgewone vriendelijkheid. En denkt u: ik ben blijkbaar een buitenbeentje.
Laat me u geruststellen: dat bent u niet. U bent onmisbaar. Ook de zachte stemmen verdienen het om gehoord te worden.”