Hoe kom ik van A naar B?  

 
Oh help, de winkel waar ik eens heerlijke stoeltjes kocht is verhuist naar een industrieterrein in Rotterdam en ik wil perse nog één zo’n stoeltje hebben. Geen probleem, ik tik het adres in op mijn TomTom of Waze en rijd er moeiteloos naar toe.
Dankzij GPS, Global positioning system, het satellietplaatsbepalingssysteem. Het zendgedeelte van het systeem bestaat uit minimaal 24 werkende satellieten (21 + 3 reserve) die in zes vaste banen, in een vaste tijd rond de aarde draaien en elk een eigen signaal uitzenden. Gps gebruikt 32 (bij opstart 24) verschillende satellieten die elk in een van de zes banen op 20.200 km hoogte cirkelen. Deze banen zijn zodanig gekozen dat vanaf elke plaats op aarde altijd minstens vier satellieten waarneembaar zijn. Ik heb er maar een stukje uitleg bij gezet, eerlijk gezegd snap ik het zelf niet helemaal.
Dit systeem bestaat sinds 1967 en we kunnen niet meer leven zonder. Iedereen heeft de meest fantastische verhalen over het gemak van GPS.
Even terug naar vroeger (ja, dit wordt toch nog een nostalgische blog!) 
Wij reisden met een apart koffertje waarin stapels kaarten zaten. Voor elke reis ging echtgenoot naar de ANWB om de nieuwste kaarten aan te schaffen en naar een klein winkeltje in de stad, waar ze kaarten op een nog grotere schaal hebben, elk landweggetje en elk heuveltje staat erop. Heerlijk om daarmee op reis te gaan en elke dag de volgende route uit te stippelen. 
Nog steeds is echtgenoot allergisch voor Waze of de routeplanner in de auto.
(soms wel lastig!)  Kaarten zijn altijd aanwezig.
Maar nu dit: Ik vond op You Tube grappige filmpjes over het vervreemdend effect van GPS in de wereld. Frits Bom of een andere televisie reporter vraagt aan buitenlandse toeristen om Nederland aan te wijzen op een wereldkaart. Ze hadden, op een enkeling na, geen idee waar ze waren. In Nederland, ja, maar ze wezen op de kaart Turkije, Libanon of Marokko aan. 
Ook een Nederlands echtpaar dat al 20 jaar elk jaar naar Kreta gaat kon het eiland  absoluut niet aanwijzen op de kaart. 
Dit is natuurlijk niet alleen het effect van routeplanners, maar ook van vliegreizen. Je hopt in een vliegtuig van hot naar her en een kaart heb je niet bij je. 
Ik las in dit verband een interessant bericht: In Engeland mochten
in 1971  94% van de lagere school leerlingen van hun ouders altijd ergens alleen 
naar toe reizen, in 2010 is dat percentage gedaald naar 7%. Dat betekent dat al vanaf jonge leeftijd kinderen niet de kans krijgen hun richtingsgevoel te ontwikkelen. 
Ik herinner mij heel goed, dat ik na school naar Robje, mijn vriendje, wandelde. Langs de sigarenfabriek van van Abbe. Ik laat dit recente fotootje zien omdat die tegels met de letters zo zacht waren en ik daar altijd met mijn hand overheen streek (die niet zo fraaie  huizen erachter waren er toen natuurlijk niet). Ik stak drukke kruispunten over. We gingen ook alleen fietsen naar de Leenderheide.   
Nee, nee dat zou nu niet meer gebeuren, levens gevaarlijk allemaal.