23-06-2021
Eén van mijn inspiratiebronnen is steeds het weekblad de New Yorker (NY), waar ik al ruim 20 jaar op geabonneerd ben. Nu weer een super interessant verhaal over “burn-out”. In 1973 werd het woord burn-out voor het eerst genoemd.
Burn-out betekent letterlijk dat je opgebrand bent. De batterij is leeg. Uitputting, wanhoop, moeheid zijn een paar symptomen, maar ook veel droefheid en een totaal gebrek aan doelmatig werken. Een burn-out leidt vaak tot lichamelijke klachten, in tegenstelling tot een depressie.
Pff, lastig dit goed op te schrijven.
Volgens de filosoof, Byung-Chul Han is een burn-out “the sickness of a society that suffers from excessive positivity, an achievement society, a yes we can-society in which nothing is impossible, a world that requires people to strive to the point of self-destruction”
Een burn-out komt veel voor bij “yuppies”, mensen die succesvol zijn of dat willen worden. Ook in “helpende beroepen” (verpleging, onderwijs, politie) zijn veel burn-outs.
De WHO (world health organisation) noemt een burn-out een “bedrijfsfenomeen”. Beetje bizar, vind ik. In het artikel in de NY staat dat je in Zweden met ziekteverlof kan gaan als je een burn-out hebt. Nou, dan hebben ze waarschijnlijk niet gekeken naar Nederland. Hier valt een burn-out nadrukkelijk onder de ziektewet. Sterker nog, je loon wordt maximaal 104 weken doorbetaald door je werkgever. Je hebt dus twee jaar de tijd om beter te worden!!
Nu kijk ik maar even verder naar de situatie in Nederland:
In ons land ervaart maar liefst 16% van de beroepsbevolking burn-out klachten, dat betekent dat 1,4 miljoen mensen te maken hebben met burn-out gerelateerde klachten.
Zorgelijk is de snel groeiende groep jongeren die burn-out gerelateerde klachten hebben. Deskundigen noemen een aantal oorzaken:
1 veel jongeren en kinderen ervaren druk door de prestatiemaatschappij. (zie het verhaal hierboven van de filosoof Han!)
2 de digitalisering speelt een rol bij de ontwikkeling van een burn-out.
Veel te veel informatie is aanwezig en het is onmogelijk om dat allemaal goed te rubriceren.
3 Tot slot wordt er gezegd dat de jonge generatie te weinig veerkracht heeft. Ik schreef daar al eerder over, ouders zijn (te?) actief bezig om alles voor hun kinderen goed en prettig te maken, tegenslag moet worden vermeden.
Ik hoop innig, dat we het met elkaar in deze maatschappij klaar spelen om jonge mensen weerbaar, vol zelf vertrouwen de wereld in te sturen.